Garuda Indonesia

Op deze website treft u informatie aan over Garuda Indonesia; het nationale symbool van de Republiek Indonesië.

Garuda staat voor de hindoeïstische mythologie een mythisch wezen, half mens, half adelaar.

Hieronder treft u nadere uitleg aan over de Indonesische Garuda.

Voor nadere informatie over vliegreizen naar de Republiek Indonesië kunt u gebruik maken van de bovenstaande link

Meer informatie over deze website via: info@garudaindonesia.nl

Afbeeldingen van Garuda

Garuda als nationaal symbool

Garuda is het nationaal symbool van Thailand en Indonesië.

De Garuda is het centrale element in het wapen van Indonesië. De Garuda heeft zeventien veren aan elk vleugel, acht staartveren en 45 nekveren. Samen bij elkaar brengt het de onafhankelijkheidsdag van Indonesië 17 augustus 1945.

Op de vaandel die de in zijn Garuda houdt, staat: Bhinneka Tunggal Ika. Wat "Eenheid in verscheidenheid" betekent.

Op de borst van de Garuda staat de Pancasila gesymboliseerd:

Garuda in het hindoeïsme en het boeddhisme

Garuda is een mythologische vogel: half mens, half vogel. Hij is het rijdier van de hindoegod Vishnoe. Hij is verder de Koning der vogels en is een nakomeling van Kaśyapa en Winatā, één van de dochters van Dakṣa.

Hij is daarnaast de aartsvijand van slangen, dit trekje heeft hij overgenomen van zijn moeder, die ooit ruzie heeft gehad met een andere bijvrouw en haar meerdere, Kadru, de moeder aller slangen, die de oerslang vertegenwoordigt.

De gloed van Garuda is oogverblindend waardoor de goden verkeerdelijk dachten dat hij Agni was, de vuurgod en waardoor ze hem aanbaden. Garuda wordt vaak afgebeeld als een wezen met kop, bek, vleugels en staart van een arend. Nochtans heeft hij de romp en de ledematen van een mens. Hij heeft een wit aangezicht, rode vleugels en een goudkleurig lichaam.

Verder heeft hij een zoon die Sampāti wordt genoemd. Zijn gemalin is Unnati of Wināyakā. Volgens de Mahabharata, gaven zijn ouders hem de vrijheid om mensen op te peuzelen, hij mag echter geen brahmanen verslinden. Eens had hij een brahmaan en zijn vrouw ingeslikt, maar zijn keel verbrandde waardoor hij hen meteen weer uitbraakte.

Er wordt gezegd dat Garuda ooit het amṛta (ambrozijn) gestolen had van de goden. Hij gebruikte het als losprijs om zijn moeder te bevrijden van Kadru. Maar Indra kwam erachter en bevocht hem. Indra kon het amṛta terugwinnen, hij moest dit echter met een hoge tol betalen. Hij werd zwaargewond en zijn bliksemschicht (Wajra) werd vernietigd.

Een boeddhistisch verhaal vertelt over een bepaalde garuda die nagas (mythologische of goddelijke slangen) at, totdat een boeddhistische prins hem het belang van ascese leerde. Hierna kwamen alle opgegeten nagas weer tot leven.